Molenspel: de spelregels
Het molenspel leer je ongeveer even snel als boter-kaas-en-eieren en het is ongeveer even diep als dammen. In steen gekraste borden zijn overal in de oudheid gevonden, en in middeleeuws Europa was het een van de populairste spellen die er waren. Hier staan alle regels.
Het bord
Drie vierkanten, het ene in het andere, verbonden door vier lijnen die door het midden van elke zijde lopen. De stenen staan op de vierentwintig snijpunten, niet in de vlakken. In het midden zit geen punt. Elke speler heeft negen stenen.
Fase één: plaatsen
Om de beurt zet je één steen op een willekeurig leeg punt. Dat duurt achttien beurten, negen per speler. De meeste beginners bouwen in deze fase alleen aan hun eigen rijen en verliezen daar juist door: plaatsen gaat vooral over je tegenstander dwarsbomen en over het bezetten van de vier kruispunten waar twee lijnen samenkomen, de drukste punten van het bord.
De molen en het afnemen
Drie eigen stenen op één gemarkeerde lijn vormen een molen. Op het moment dat je er een sluit — door te plaatsen of door te schuiven — haal je een steen van je tegenstander van het bord. Die komt niet terug.
Een steen die deel uitmaakt van een molen van de tegenstander mag je niet afnemen, tenzij al zijn overgebleven stenen in molens staan. Diagonalen tellen niet, en drie stenen die alleen maar op een rij lijken te staan vormen geen molen als het bord er geen lijn doorheen trekt.
Fase twee: schuiven
Zodra alle achttien stenen op het bord staan, betekent een zet dat je één steen langs een lijn naar een aangrenzend leeg punt schuift. Springen mag niet, en naar een punt dat niet met het jouwe verbonden is kom je niet. Open je een molen en schuif je de steen later terug, dan telt hij opnieuw en neem je weer een steen af.
De dubbele molen
Dit is de zet die partijen beslist, en het is niet de vorm die de meeste mensen eerst tekenen. Twee molens die een steen delen zijn weinig waard: verplaats je die gedeelde steen, dan breken ze allebei tegelijk open, dus het weggaan sluit niets en je neemt pas om de andere zet een steen — als de steen überhaupt kan schuiven.
Wat je wilt zijn twee molens die géén steen delen, waarbij aan elk één punt ontbreekt en die twee punten naast elkaar liggen. Eén steen pendelt dan heen en weer en sluit bij elke zet een molen. Vijf stenen zijn genoeg, en een tegenstander die het niet kan blokkeren of openbreken verliest een steen per beurt.
Fase drie: vliegen
Wie nog precies drie stenen heeft, mag naar elk leeg punt springen in plaats van alleen naar een aangrenzend punt. Het is een laatstekansregel die een verloren stelling in leven houdt. In serieus spel wordt hij vaak uitgezet, want zonder die regel zijn drie stenen meestal verloren.
Hoe de partij eindigt
- Breng je tegenstander terug tot twee stenen en de partij is uit: met twee stenen kun je geen molen meer maken.
- Wie geen enkele zet meer heeft, verliest ter plekke, hoeveel stenen hij ook nog op het bord heeft.
- Komt dezelfde stelling drie keer voor, of gaan er vijftig zetten voorbij zonder dat er een steen wordt afgenomen, dan is de partij remise. Zonder die regels zouden goede spelers nooit klaar zijn.
Waar het spel vandaan komt
In steen gekraste borden zijn op heel veel plaatsen opgedoken, onder meer op dakplaten van de tempel bij Kurna in Egypte — al valt een kras in een steen nauwelijks te dateren en moet de gebruikelijke claim van 1400 v.Chr. met een korrel zout worden genomen. Zeker is dat er in de hele Romeinse wereld werd gespeeld en dat het spel in middeleeuws Europa enorm populair werd: in kloosterbanken en kerkbanken in Engeland, Frankrijk en Duitsland zijn borden uitgesneden, door mensen die eigenlijk hadden moeten opletten.
In 1993 is het spel opgelost met retrograde analyse: bij perfect spel van beide kanten is het remise. Voor computers maakt dat veel uit, voor mensen bijna niets, want een perfecte partij vraagt dat je geen enkele keer een molen over het hoofd ziet, en dat lukt niemand.
Veelgestelde vragen
- Mag ik een steen afnemen die in een molen staat?
- Normaal niet. Stenen in een gesloten molen zijn beschermd. De enige uitzondering is wanneer alle stenen van je tegenstander in molens staan; dan mag je er een willekeurige nemen.
- Telt een molen opnieuw als ik hem open en weer sluit?
- Ja. Schuif je een steen uit de molen en later terug, dan sluit hij opnieuw en neem je weer een steen af. De beslissende vorm zijn twee molens zonder gedeelde steen, elk met één ontbrekend punt, waarbij die twee punten naast elkaar liggen: één steen pendelt ertussen en sluit bij elke zet een molen in plaats van om de andere.
- Wat gebeurt er als ik niet kan zetten?
- Dan verlies je. Wie geen enkele geldige zet meer heeft, verliest onmiddellijk, ook met nog veel stenen op het bord.
- Hoeveel stenen heb je nodig om door te mogen spelen?
- Drie. Na de plaatsingsfase verlies je zodra je nog twee stenen hebt, omdat je daarmee geen molen meer kunt vormen.
- Is het molenspel opgelost?
- Ja. In 1993 is het opgelost met retrograde analyse en bij perfect spel van beide kanten is het remise. Voor partijen tussen mensen betekent dat vrijwel niets, want daar worden voortdurend molens gemist.